Hagranop Organisatie

Afzet markten

Wie doet wat?

Mardi de Graaf, directeur van Hagranop BV. Begeleidt en bezoekt buitenlandse en de koelhuizen Koel en vriesveem St. Nyk en frigo Fernelmont. Houdt zich verder bezig met de verkoop.
 
Hendrie Poppe zorgt voor de inkoop en geeft daarbij teelt- en oogstbegeleiding aan de telers. 
 
Klaas Bouma zorgt voor de inkoop en geeft daarbij teelt- en oogstbegeleiding aan de telers.
 
Ronald Gielleit verzorgt de logistieke planning en houdt zich bezig met de verkoop.
 
Else Marie Koopman zorgt voor de logistieke afhandeling en verzorgt de administratie.
 
Hanneke Hoogstad zorgt voor de logistieke afhandeling en verzorgt de administratie.
 
 

Presentaties

Zo maken we de wortelbranche weer levend.
 
RooienHagranop maakt zich sterk voor een gezonde wortelbranche. Telers, verwerkers en supermarkten zouden zich daar gezamenlijk voor moeten inspannen, vindt Mardi de Graaf, directeur van Hagranop. Tijdens een congres van de Duitse brancheorganisatie ZMP – januari 2005 - gaf hij zijn visie.
 
De Duitstalige rede maakte de tongen los. Branchegenoten stelden vragen, sommigen schudden het hoofd, anderen knikten instemmend. Maar waar ging het ook alweer over? Lees en oordeel. Hieronder de tekst van de rede die zo veel geroezemoes teweegbracht.

Pleidooi voor een gezond wortelbranche

Heeft de wortelbranche zijn beste tijd gehad? Het lijkt er wel op. We verkeren in zwaar weer en opklaringen zijn niet in zicht. Weinig vraag, veel aanbod, lage prijzen. Het zijn wetmatigheden die je niet kunt doorbreken.
 
Is er dan geen toekomst meer voor u en voor mij? Als ik nu ‘nee’ zeg, is mijn verhaal ten einde en kunnen we allemaal naar huis. Blijf zitten, zou ik zeggen. Er is hoop, maar er zal wel wat moeten gebeuren.
 
Passief wachten op betere tijden werkt niet meer. Daarvoor is de situatie te ernstig. Telers, verwerkers, handelaren en supermarkten zullen gezamenlijk in actie moeten komen. Ik kom hier straks op terug.
 
Ik hoop op deze conferentie een discussie op gang te brengen, die leidt tot stappen in de richting van een oplossing. Ik heb de uitnodiging van de ZMP om hier te spreken dan ook graag aanvaard. Hiervoor mijn dank. De kans om zo veel deskundige en invloedrijke branchegenoten toe te spreken, krijg je niet iedere week.
 
Wat kunnen jullie van mij het komende kwartier verwachten? Ik zal in eerste instantie tekst en uitleg geven over Hagranop, mijn bedrijf. Daarna komt de productie van wortelen aan de orde. Ook de ontwikkeling van spoelbedrijven en koelhuizen krijgt aandacht. Vervolgens ga ik in op de afzetpatronen in de verschillende landen. Al die factoren zijn van invloed op de prijsvorming. 
 
Hoe komt die prijs tot stand? Waarom is die prijs zo schrikbarend laag? En wat moet er gebeuren om in de toekomst van rampscenario’s verschoond te blijven en weer geld te gaan verdienen met wortelen? Die vragen laat ik straks aan de orde komen.
 
Laat ik me eerst even voorstellen: Mijn naam is Mardi de Graaf, ik ben directeur van Hagranop Holding BV, waar diverse werkmaatschappijen onder ressorteren. Die werkmaatschappijen hebben bijna allemaal raakvlakken met wortelen.
 
Hagranop BV dat vier medewerkers telt, handelt in veldgewas wortelen. We begeleiden de teelt bij de boeren en nemen daarbij alle aspecten voor onze rekening: zaaizaad, zaaien, oogsten, transport en koeling. We leveren de wortelen franco aan spoelbedrijven.
 
We maken contracten met vaste prijs afspraken maar leveren ook voor dagprijs en weekprijzen. We handelen zowel in gangbare wortelen als in biologische wortelen. De omzet in biologische wortelen is trouwens snel gestegen. Een lichtpuntje.  
 
Wij zijn het enige bedrijf wat in Duitsland, België en Nederland wortelproductie en wortelafzet heeft. In al deze landen hebben wij BV’s voor financiële en fiscale afwikkeling
In België en Nederland zijn we mede-eigenaar van een koelhuis.
Wortelproductie
 
De wortelproductie, en daarmee vertel ik geen nieuws, is de afgelopen 10 jaar zeer snel toegenomen. Vooral in Duitsland en België. En dat waren nou net de grootste afzetmarkten voor Nederland.
 
Hoe zit het in andere gebieden? In Zuid-Frankrijk, omgeving Bordeaux, heeft de vroege teelt - half mei, juni, juli – zich erg snel ontwikkelt. Er zijn grote bedrijven opgericht met veel subsidie. Aanvankelijk hadden ze op de zandgrond hun afzet van mei tot februari. Maar nu proberen ze ook een gedeelte in april te leveren. De wortelen in dit gebied worden voor 90 % verkocht door twee verkooporganisaties.
 
Italië komt meestal op de markt met vroege wortelen uit Sicilië. Deze zijn altijd duur.
De vroege wortelen uit Rome en omgeving worden verkocht voor nieuwe. Maar dit is niet terecht. Deze wortelen hebben overwinterd, dus het gaat hier niet om nieuwe oogst.
 
Italië gebruikt veel bestrijdingsmiddelen, zodat ze veel problemen hebben om Eurep-gap te kunnen verkopen. Ze leveren slechte kwaliteit tegen lage prijzen. Daar zijn leveranciers van hoogwaardige wortelen niet blij mee. Zij worden namelijk gedwongen hun prijs naar beneden toe bij te stellen. 
 
Kom ik bij Spanje. Dat land heeft zich zeer snel ontwikkeld met bospeen op de zandgronden in Cádiz. De betere kwaliteit wordt nu geteeld op goede, zware gronden. Ook hier is de vroege peen oogstbaar in maart, april en mei. Er zijn grote, zeer moderne bedrijven opgericht met veel subsidie. De Spaanse telers hebben de laatste jaren veel aan Engeland verkocht.
 
Ook in Engeland is de productie trouwens toegenomen. Voor de winter dekken ze de wortelen af met stro. De vroege teelt vindt plaats in het zuiden, zodat de Engelsen nu veel minder wortelen importeren uit Spanje. Ze exporteren zo nu en dan zelfs naar Frankrijk en Nederland.
 
Ik kan u vertellen dat de Engelsen zich in Nederland hebben georiënteerd teneinde daar een koelhuis te gaan bouwen. Maar ze schrokken van de kosten. Het zal u niet verbazen dat ik daar niet rouwig om ben.
 
In Oostenrijk is een goed productiegebied voor het binnenland met efficiënte spoelbedrijven.
Hier is ook een boerenorganisatie actief, die met veel subsidie opgezet is en nu zeer storend is in de markt
 
Oostenrijk exporteert o.a. naar Slowakije, Hongarije en Tsjechië. De Oostbloklanden proberen ook een eigen teeltgebied op te zetten. Maar het zal nog een aantal jaren duren voor dit van grote omvang is.
 
In Amerika is 90 % van de productie in handen van twee bedrijven die over heel Amerika en Canada verkopen en zelf 4000 km rijden met hun product. De wortelen liggen daar in de winkel gekoeld en bevochtigd. Zo moet het. Optimale kwaliteit is het gevolg. Daar kunnen ze in Europa een voorbeeld aan nemen.
 
De teelt vindt plaats in Californië, waar ze 52 weken per jaar kunnen oogsten. Ze telen er Imperator wortelen, de kleine maat wordt gebruikt voor snacks. Gezonde snacks welteverstaan: worteltjes die gegeten worden als chips. De grote wortelen worden verkocht als verse wortels in een kg verpakking of grotere verpakkingen.
 
Bijzonder? Ja, op deze manier kan er doelmatiger worden gewerkt en hoeft er minder te worden weggegooid. Ook hier zouden we een voorbeeld aan kunnen nemen. Zoals u weet werken wij anders. Voor kleine wortels gebruiken we aparte rassen, voor grote wortels ook. En alles wat niet past, wordt afgevoerd. De Amerikaanse methode verdient bij ons beslist een kans.
 
KOELHUIZEN
De eerste koelhuizen voor wortels zijn in Nederland 25 jaar geleden gebouwd. Deze zijn in snel tempo gegroeid naar een zeer grote capaciteit van ongeveer 500 a 1000 kisten. België en Duitsland zijn de laatste 10 jaar enorm in ontwikkeling gekomen.
Capaciteit België 70 000 kisten
Capaciteit Duitsland 150 000 kisten
Deze getallen zijn een schatting
 
Spoelbedrijven.
De Spoelbedrijven hebben hun capaciteit de laatste jaren verdubbeld en verbeterd. Zij kunnen nu alles in perfecte staat en in kort tijdsbestek afleveren. Zo houden ze hun klanten tevreden. Dit is een ontwikkeling die in heel Europa heeft plaats gevonden
Hoe komt een prijs tot stand?
Vraag en aanbod bepalen de prijs. Dat weten we. Vooral in Duitsland en Nederland is de concurrentie groot. De onderhandelingen zijn hard.
 
De productie is hoog. Te hoog. Ik doel zowel op de teelt als op de spoelcapaciteit. Door de grote, moderne machines kan men veel zaaien en oogsten. Ook de spoelbedrijven investeerden tonnen in machines. Ze beschikken daarnaast over veel medewerkers.
 
Wanneer er veel werk is, kunnen ze betrekkelijk veel geld vragen. Is dat niet zo, dan ligt dat anders. Dan keert de grote verwerkingscapaciteit zich tegen de spoelbedrijven. Want er moet per dag veel productie gemaakt worden om de investeringen rendabel te maken.
 
Het gevolg laat zich raden. Door het grote aanbod daalden de prijzen de laatste jaren behoorlijk. Een structureel probleem, dat zich niet zomaar laat oplossen.       
 
In de meeste landen gebruiken partijen elkaar. De een speelt de ander tegen weer een ander uit. Slechte partijen in Nederland die niet naar België of Duitsland kunnen, worden soms geëxporteerd voor een slechte prijs.
 
Sommige supermarkten gebruiken dit mechanisme om ook de goede wortelen voor deze lage prijzen aan te kopen. Funest voor de branche.
 
Ik heb een triest voorbeeld voor u in petto waaruit blijkt hoe verkeerd we met z’n allen bezig zijn. Spoelbedrijf A levert aan supermarkt B en aan handelaar C. Handelaar C denkt: ik wil supermarkt B ook als klant binnenhalen. Hij biedt een kleine partij onder de prijs aan. Een partij die nota bene afkomstig is van spoelbedrijf A.
 
Het duurt maar even of de hele markt is ervan op de hoogte met als gevolg dat iedereen zijn prijzen moet gaan aanpassen als gevolg van deze absurde aanbieding. Dergelijke incidenten zijn funest voor de prijsvorming. Dat het spoelbedrijf – gelukkig - tijdig kon ingrijpen, maakten de gevolgen van deze kamikazeactie niet minder ernstig. 
 
Het kan ook anders. Kijk naar Engeland. Ik ben daar bij verschillende bedrijven geweest die de prijs naar de supermarkt konden maken door calculatie van teelt, spoelen, verpakken transport en een percentage winst.
 
Deze bedrijven hadden in dure jaren geen extra winst, maar ze hadden wel ieder jaar een goed inkomen. Verder proberen ze in Engeland om de teelt en de vraag op elkaar af te stemmen. Daar werkt het. Waarom zou dat bij ons niet kunnen?
 
Ik vraag me af of wij niet ten onder gaan aan onze eigen vlijt? We hebben alles goed georganiseerd. Snelle, accurate leveringen zijn mogelijk. Alle verpakkingen kunnen. We telen de wortelen waar onze afnemers dat willen. Wij werken mee aan reclameacties wat lage prijzen tot gevolg heeft.
 
We doen aan tracability, hetgeen inhoudt dat we een partij van A tot Z en van Z tot A kunnen traceren. We hebben de Eurepgap, dat is ontwikkeld door supermarkten, ingevoerd waardoor we geheel volgens de strengste regels te werk gaan.
 
Bedenk daarbij dat Europegap in Europa verplicht is, terwijl het daarbuiten niet hoeft. Dat betekent dat de productiekosten daar lager liggen. Valse concurrentie dus. We dreigen ten onder te gaan aan vlijt en marktwerking. We hebben veel geïnvesteerd. En dat werkt ons nu tegen.
 
We zijn door de jaren heen goed koper gaan werken door een betere organisatie, maar de kwaliteitseisen zijn zo hoog geworden, dat de productiekosten per kilo zijn gestegen. We hebben veel meer bruto product nodig om hetzelfde netto resultaat te verkrijgen. Dit betekent dat we veel meer moeten oogsten, transporteren, koelen en verwerken. De verhouding bruto - netto is ongunstiger geworden. En daarmee ook kostprijs.
 
Hoe kunnen wij onze bedrijven laten bestaan
Een paar conclusies kunnen getrokken worden:
1                    Er worden te veel wortelen geteeld
2                    Er zijn te veel oogstmachines
3                    Er is een te grote capaciteit in voor verwerking in Europa
4                    De supermarkten willen veel klanten binnen krijgen door groenten aan te bieden
5                    Er wordt zo veel over prijs gesproken en gepubliceerd dat hij nooit om hoog kan gaan
6                    Er is altijd voldoende aanbod
7                    Er zijn altijd bedrijven die graag willen verkopen
 
 
Als wij de markt zijn werk willen laten doen, zullen we ervoor moeten zorgen dat er een te kort is of dat men in ieder geval denkt dat dat tekort er is. Dit kan door markt-Quotering ofwel het vastleggen van productierechten. En daar hebben we de regering bij nodig.
 
Deze quotering zal dan in heel Europa en misschien daarbuiten van kracht moeten worden. Het Quotum zal dan waarde krijgen. Wellicht is het mogelijk om te kiezen voor een verkoopcentrum per land of misschien wel voor geheel Europa. In dat geval kunnen we wortelen verkopen boven de kostprijs.
 
Nu is er iedere keer concurrentie. Boeren, spoelbedrijven, handelaren en exporteurs worden tegen elkaar uitgespeeld. Zou het niet mooi zijn als we een vastgesteld percentage zouden krijgen van de verkoopprijs die de supermarkt hanteert?
 
Ja, dat zou mooi zijn. En het is mijns inziens ook mogelijk. De supermarkten en de consumenten zullen niet steigeren. Wat maakt het nu uit of je 50 cent of 30 cent per kilo betaalt. Het is in beide gevallen spotgoedkoop. Voor de branche is het een verschil tussen winstmaken en failliet gaan. 
 
De kunstmestindustrie in Duitsland gaf wat dit betreft het goede voorbeeld. Daar was ook geen geld meer te verdienen. Ze hebben de koppen bij elkaar gestoken en een gedeelte van de producenten uitgekocht om samen weer verder te gaan. De bedrijven die over zijn, werken nu weer met winst.
 
Waar moeten wij naar toe? Er zullen minder wortelen geteeld moeten worden en er zal een andere manier van verkoop moeten komen. Meer gezamenlijk een prijs gaan maken op basis van de kostenberekening. En niet meer op basis van een marktprijs berekening
 
Blijven we op deze manier doorgaan, dan werken we allemaal met verlies. De zwakste zal eerst afvallen om opgekocht te worden voor een zeer goedkope prijs. Dit bedrijf zal vervolgens de prijzen weer kapot gaan maken.
 
Verder mogen we ook van supermarkten een bijdrage verlangen. In Duitsland worden de meeste wortelen in schaaltjes verkocht. Dit zijn zeer dure verpakkingen die prettig ogen. Waarom gebeurt dat niet op meer plaatsen?
 
Waarom wordt er niet meer reclame gemaakt voor wortelen door supermarkten en andere organisaties. Wortelen zijn per slot van rekening zeer gezond. Ze bestrijden onder andere kanker en je krijgt er een mooie huidskleur van. Timmer daar mee aan de weg, zou ik zeggen.
 
Maar dit gebeurt niet. De wortelen zijn namelijk te goedkoop. Er kan niet genoeg aan verdiend worden. Bijkomend nadeel: door toedoen van de lage prijzen denkt de consument dat het product weinig waarde heeft. Daardoor is het product niet interessant en aantrekkelijk en kan men er niet mee pronken.
 
Dit patroon moet worden doorbroken. Ik zal mijn betoog afsluiten met een zevental punten die aangeven wat er mijns inziens moet gebeuren om de wortelmarkt weer winstgevend te laten zijn. Hier komen ze: 
 
1     De supermarkten moeten de prijzen verhogen. Dit om meer verkoop te krijgen en een grotere marge te creëren. Op deze manier kan de wortelmarkt weer rendabel worden gemaakt.
2     We moeten toe naar een kostprijsberekeningsysteem, waarin we met elkaar hoeveelheid, kwaliteit, teeltgebieden, rassen, verpakkingen en leveringscondities bepalen.
3     De supermarkten moeten de wortelen onder betere condities in de winkel plaatsen. Ze moeten gekoeld en bevochtigd worden, zodat de kwaliteit optimaal blijft. Dit zal een zeer positief effect hebben op de verkoop. Ik vind dat de Supermarkten dit verplicht zijn, ze eisen van ons Eurepgap, maar gaan zelf niet volgens voorschriften met de wortel om.
4     Wij moeten de supermarkten gaan controleren, want wanneer zij het niet goed verzorgen krijgen wij ze terug. Slecht voor het imago van de wortel. Deze werkwijze wordt in Engeland al toegepast.
5     Er zal minder geproduceerd moeten worden door de boeren
6     Blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor wortelafzet. Denk aan ‘snacks’ of chips. Ook zou onderzocht moeten worden of er geen medicijnen uit de wortel geproduceerd kunnen worden. 
7     De spoelbedrijven zullen met elkaar over wortelen en prijzen moeten spreken. Het huidige systeem waarbij de zwakste afvalt werkt niet langer, daarvoor is het overaanbod te hoog opgelopen. Bovendien komen er voor iedere zwakke die afvalt, weer nieuwe zwakken in de plaats.
 
Mochten deze zeven punten niet tot de gewenste verbeteringen leiden, dan heb ik nog een achtste punt: Ontwikkel een wortelsap dat lekkerder is dan bier. Misschien is dit wel de beste oplossing, die we met z’n allen kunnen verzinnen.
 
Dank voor u aandacht.
Mardi de Graaf, directeur Hagranop
Aan- / afmelden nieuwsbrief

>> Nieuws <<

Hebt u hem al zien rijden?